Naar de inhoud

Solliciteren ·

Sterke punten benoemen: van mooi woord naar overtuigend bewijs

“De meeste mensen denken dat ze weten waar ze goed in zijn. Meestal hebben ze het mis.” Dat schreef managementdenker Peter Drucker in zijn essay “Managing Oneself” in Harvard Business Review. Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, is het een mooi moment om dat bij jezelf te toetsen: kun jij je sterke punten benoemen, en ze ook bewijzen? Zo pak je dat aan, op je cv en aan tafel.

Koperen weegschaal: een berg lege naamkaartjes weegt minder dan één versleten schroevendraaier

Sterke punten benoemen: hoe doe je dat in veertig seconden?

Je sterke punten benoemen doe je met één eigenschap en één concreet moment waarop je die liet zien. Vertel erbij wat het opleverde en waarom het telt voor deze job, en je bent klaar in veertig seconden.

Wie drie bijvoeglijke naamwoorden opsomt, is sneller klaar. En wordt ook sneller vergeten.

Zo kan dat klinken (voorbeeld):

“Ik breng rust als het hectisch wordt. Vorige winter lag ons planningssysteem twee dagen plat, midden in de drukste week. Ik heb toen met een gedeeld rekenblad en vaste belrondes de leveringen op schema gehouden, en geen enkele klant kreeg zijn bestelling te laat. In deze functie zijn last-minute wijzigingen dagelijkse kost. Daar ben ik op mijn best.”

Merk op wat er niet in staat: geen “ik ben heel stressbestendig”. Het woord is overbodig geworden. De situatie zegt het al.

Een kanttekening bij de datum. In België is 1 mei een van de tien wettelijke feestdagen, en in 2026 valt die op een vrijdag: voor veel werknemers een lang weekend. In Nederland is 1 mei geen officiële feestdag, en ook op officiële feestdagen heb je daar geen wettelijk recht op een vrije dag; of je vrij bent, staat in je cao of je arbeidsovereenkomst. Heb je vrij, dan is een halfuur van dat weekend genoeg voor de vijf stappen onderaan dit artikel.

Waarom “ik ben stressbestendig” bijna niets zegt

Ga even aan de andere kant van de tafel zitten. Een interviewer hoort op één dag zes keer “teamspeler”, vier keer “flexibel” en minstens drie keer “stressbestendig”. Die woorden zijn niet fout. Ze zijn alleen niet te controleren.

Daarom vragen interviewers door naar wat je al eens gedaan hebt. De handleiding voor selectiegesprekken van de Radboud Universiteit zegt het letterlijk:

“Gedrag in de toekomst kan het best voorspeld worden door gedrag uit het verleden.”

Wie dat weet, bereidt zich anders voor. Je zoekt geen betere woorden meer. Je zoekt betere momenten.

Waar je sterke punten zich verstoppen

De meeste mensen onderschatten precies datgene waar ze goed in zijn. Wat je makkelijk afgaat, voelt niet als talent. Het voelt als gewoon. Drie plekken om toch te zoeken:

1. Wat anderen je telkens vragen

“Kun jij even naar deze tekst kijken?” “Wil jij het gesprek met die klant doen?” “Jij weet toch hoe dat programma werkt?” Welke vraag krijg jij steeds opnieuw? Collega's, vrienden en familie hebben je sterke punten allang ontdekt. Ze vragen er gewoon om.

2. Wat je ergert bij een ander

Word je ongeduldig van iemand die een vergadering laat ontsporen? Grote kans dat jij goed structureert. Krijg je kriebels van slordige mails? Dan ben je waarschijnlijk nauwkeurig. Irritatie wijst vaak naar iets wat jij vanzelf doet en een ander niet.

Het omgekeerde geldt ook. Een sterkte die doorschiet, wordt een valkuil: wie heel nauwkeurig is, kan traag worden. Dat is meteen bruikbaar materiaal voor de vraag die vaak volgt, die naar je zwakke punten.

3. Wat je naast je werk doet

VDAB raadt jongeren aan om ook te kijken naar wat ze in hun vrije tijd doen (een jeugdbeweging, vrijwilligerswerk, een sportclub), naar hun studentenjob en naar groepsprojecten op school. Dat advies werkt op elke leeftijd. Wie al jaren penningmeester is van de voetbalclub, kan budgetten bewaken en mensen aanspreken over achterstallig lidgeld. Dat is geen hobby meer. Dat is bewijs.

Van mooi woord naar bewijs: een vertaaltabel

“Goede wijn behoeft geen krans”, zegt het spreekwoord. Wat goed is, hoeft niet aangeprezen te worden: de krans verwijst naar het teken dat herbergen vroeger uithingen. In een sollicitatiegesprek klopt het spreekwoord maar half. De persoon tegenover je heeft jouw wijn nooit geproefd. Je hoeft geen krans op te hangen met grote woorden, wel een glas te laten proeven: één concreet moment.

Neem het woord dat je wilt gebruiken en vervang het door een moment. Een paar voorbeelden van hoe dat kan:

  • Stressbestendig wordt: “Tijdens de jaarafsluiting werkte ik drie weken met dubbele deadlines en leverde ik alles op tijd aan.”
  • Klantgericht wordt: “Een klant die wilde opzeggen, bleef na een gesprek waarin ik vooral luisterde.”
  • Analytisch wordt: “Ik zag in de cijfers dat de meeste retours van één leverancier kwamen en stelde voor om daar eerst te kijken.”
  • Initiatiefrijk wordt: “Niemand hield de vragen van nieuwe collega's bij, dus maakte ik er een document van dat nu bij elke indiensttreding gebruikt wordt.”
  • Teamspeler wordt: “Toen een collega uitviel, nam ik haar dossiers over en schreef ik een overdracht, zodat zij bij haar terugkeer meteen verder kon.”

Zie je het verschil? Niemand hoeft je nog op je woord te geloven. Ze kunnen het zien.

Zoek je eerst de juiste woorden? Gebruik dan een lijst met sterke woorden als vertrekpunt en koppel aan elk woord dat je kiest één moment uit je eigen ervaring. Een woord zonder moment schrap je.

Het STAR-antwoord, maar dan korter

Veel interviewers werken met de STAR-structuur: Situatie, Taak, Actie, Resultaat. Ook de handleiding hierboven raadt die aan. Het risico is dat je verhaal uitdijt tot een kwartier. Houd daarom deze verhouding aan:

  • Situatie en taak samen in één zin.
  • Je actie in twee of drie zinnen. Dit is het belangrijkste deel, want hier zit jouw sterke punt.
  • Het resultaat in één zin.

Zeg “ik” en niet “we”. Een team boekt resultaten, maar de persoon tegenover je wil weten wat jij deed.

Geen meetbaar resultaat? Dan volstaat wat er veranderde: een klant die bleef, een collega die het voortaan zelf kon, een fout die niet meer terugkwam.

Je sterke punten op je cv: waar horen ze?

VDAB is daar helder over:

“In je cv vermeld je best al je sterke punten die relevant zijn voor de job waarnaar je solliciteert.”

Het woord dat telt is relevant. Lees de vacature en markeer de competenties die erin staan. Kies er twee of drie waar jij echt bewijs voor hebt en zet ze op twee plaatsen:

  • In je profieltekst bovenaan, in één of twee zinnen. Geen opsomming, wel een korte typering: “Nauwkeurige boekhouder die van losse cijfers een helder overzicht maakt.”
  • Bij je werkervaring, als resultaat in plaats van als taak. “Verantwoordelijk voor de facturatie” wordt “Facturatie omgezet naar een vast weekritme, waardoor er minder facturen bleven openstaan.”

Een apart blokje “eigenschappen” met tien woorden onder elkaar mag weg. Het neemt plaats in en bewijst niets.

Een sterk punt is altijd sterk voor iets

Hier gaat het vaak mis, en het gaat verder dan formuleren. Dezelfde eigenschap kan in de ene job goud waard zijn en in de andere tegen je werken. Nauwkeurigheid is een troef voor een loonadministrateur. In een functie waar je elke dag twintig snelle beslissingen neemt met onvolledige informatie, remt diezelfde nauwkeurigheid je af.

Daarom twee vragen voor je voor de spiegel gaat oefenen:

  • Welk sterk punt van jou wordt in je huidige job nauwelijks gebruikt? Heb je daar meteen een antwoord op, dan zegt dat misschien meer over je volgende stap dan over je volgende gesprek.
  • Welke taak doe je liever dan je toegeeft, en staat die in de vacature waarop je wilt reageren?

Sluiten je sterke punten en de functie op elkaar aan, dan wordt het gesprek een stuk makkelijker. Je hoeft jezelf dan niet te verkopen. Je vertelt gewoon wat je al doet. Hoe je dat bondig doet bij de openingsvraag van het gesprek, lees je in vertel iets over jezelf.

Snel voorbereiden: vijf stappen

  1. Lees de vacature en schrijf de drie belangrijkste competenties op.
  2. Zoek voor elke competentie één moment uit je werk, je studie of je vrije tijd.
  3. Schrijf per moment vier zinnen: situatie, wat jij deed, wat het opleverde, en de link met de job.
  4. Zeg ze hardop, met een timer erbij. Duurt het langer dan een minuut? Schrappen.
  5. Zet de sterkste twee in je cv, als resultaat bij je ervaring.

Veelgestelde vragen

Hoeveel sterke punten noem je in een sollicitatiegesprek?

Twee tot drie is genoeg. Kies de sterke punten die het best aansluiten bij de vacature en waarvoor je een concreet voorbeeld hebt. Eén sterk punt met een goed onderbouwde situatie overtuigt meer dan vijf eigenschappen zonder bewijs. Vraagt de interviewer door, dan heb je nog een tweede of derde voorbeeld achter de hand.

Wat als ik weinig werkervaring heb om mijn sterke punten te bewijzen?

Kijk dan buiten je werk. VDAB raadt aan om ook naar je vrije tijd, je studentenjob en je schooltijd te kijken: een jeugdbeweging, vrijwilligerswerk, een sportclub of een groepsproject. Een groepswerk dat je in goede banen leidde of een clubactiviteit die je organiseerde, telt als bewijs. Beschrijf het net zo concreet als een werkervaring: wat was de situatie, wat deed jij en wat leverde het op.

Mag je een sterk punt noemen dat niet in de vacature staat?

Ja, als je kunt uitleggen waarom het in deze job helpt. Een vacature is zelden volledig. Leg dan zelf de link: waar in de functie komt dit sterke punt van pas? Lukt dat niet, kies dan liever een punt dat wel in de vacature staat. Zo houd je het gesprek bij wat de werkgever zoekt.

Bronnen

Lees ook